De Literatuurder | een kijk op wereldliteratuur

Gevangen in barnsteen

Een van mijn favoriete korte romans uit de wereldliteratuur die ik regelmatig herlees is Slachthuis vijf van Kurt Vonnegut. Het kwam dit weekend ter sprake in een van de vele kranteninterviews nav het nieuwste boek van Dorrestein (van wie ik geen fan ben, maar wel veel gelezen heb) want het boek is een van haar inspiratiebronnen. Vandaar dat ik nu een blog aan dit meesterwerk wijd: Ik lees Vonnegut in het Engels: Slaughterhouse five dus.

Het boek is verfilmd in 1972, en ook al geeft een blik op de trailer mij zeker een vertrouwde indruk, ik waag me er niet aan, daarvoor is MIJN Billy Pilgrim me te dierbaar.

Billy Pilgrim is zo aandoenlijk, zo echt, zo puur en zo onmiskenbaar getraumatiseerd door zijn afschuwelijke belevenissen in WO II.  Hij is zo verschrikkelijk in de war geraakt door de oorlog, en toch is hij een hoofdpersoon die staat als een huis. De lezer leeft met hem mee, loopt met hem mee, reist mee in de tijd van het verleden naar het heden naar de toekomst. Reist zelfs mee het universum in, want Billy wordt ontvoerd naar de planeet Tralfamadore. Nergens is Billy’s leven onbegrijpelijk of onvoorstelbaar. Het is juist uitermate duidelijk. Er is geen ontsnappen aan de gruwelijke werkelijkheid en de werkelijkheid kan alleen maar zo worden ontvlucht: via het hoofd.

kurt_vonnegut_slaughterhouse_five_drawing_by_rachelbrom-d4rqo7s

De horror van de oorlog is het meest in het oog springende thema van dit boek en toch: er valt heel wat te lachen. De uitstapjes die Billy maakt naar de planeet Tralfamadore zijn hilarisch. Alles is anders in Tralfamadore, en in die dimensie of op die planeet bestaat iets als tijd helemaal niet. Wat gebeurd is en geweest is niet verloren gegaan, je maakt het steeds opnieuw mee, je kunt ernaar terug, of ernaar vooruit. Dus is het helemaal niet erg meer om dood te gaan: je komt eindeloos weer terug. En sterft dan weer opnieuw. Dat geeft helemaal niet, want als je dood bent gegaan ben je op een ander moment in de tijd levend. Ergo: de dood bestaat niet.. Lees verder Gevangen in barnsteen

The old men and the sea: levenslessen van Hemingway

DSC_0303 (1)

mijn oude Hemingway

De Literatuurder ging naar de bioscoop, naar The Leisure Seeker, vanwege Helen Mirren en Donald Sutherland.  De film vertelt over een echtpaar op leeftijd, dat nog eenmaal op reis gaat in hun oude camper (the LS dus) . De reis bleek  te voeren naar het voormalig woonhuis van Ernest Hemingway in Key West Florida: de man van het echtpaar, literatuurdocent John is een groot bewonderaar van Hemingway  (‘prose that is poetry, that is Hemingsway’s secret’) en in deze verwarrende fase van zijn leven (John lijdt aan Alzheimer) houdt hij zich daaraan vast. Ontroerend en ook vaak erg komisch. De film is een aanrader.

Het zien van deze film bracht mij ertoe mijn oude Hemingways weer eens uit de kast te pakken.  De Literatuurder geinspireerd!

De citaten in de film zijn allemaal uit ‘The old men and the sea’, de novelle waarmee de veelzijdige literatuur Nobelprijswinnaar (in 1954)  – auteur , visser, jager enz. – Ernest Hemingway (1889 -1961) in 1953 de Pullitzerprijs voor ontving.

The old man and the sea speelt zich af aan de kust van Havanna en beschrijft een tocht van een oude visser, Santiago. De oude man lijkt uitgespeeld, hij is moe, heeft al weken niets gevangen en is ook de jongen, Manolo, met wie hij samen viste, kwijt geraakt omdat zijn boot immers niets oplevert. Vastberaden gaat de oude man de zee nogmaals op met als doel: een hele grote vis vangen. Met geduld en techniek lukt het hem een grote vis (een zwaardvis) aan te slaan en hij wint het gevecht dat het wordt om de vis te vangen. Echter, het bloed van de vis trekt haaien aan. De strijd die de man voert op zee  staat symbool voor de strijd van de mens om te (over)leven.  Daarbij weet je niet wat geluk of verdriet in dat leven zal zijn. Je neemt het zoals het komt, je leeft simpelweg je leven, je bent (maar) een mens. Duidelijk wordt gemaakt dat de struggle for life voor een mens niet anders is dan voor een dier. De dolfijnen, bruinvissen en zwaardvissen worden meermalen ‘brothers’ genoemd door de oude man.

.. During the night two porpoise came around the boat and he could hear them rolling and blowing. He could tell the difference between the blowing noise the mail made and the sighing blow of the female. ‘They are good,’ he said. ‘They play and make jokes and love one another. They are our brothers, like the flying fish.’

De tocht met de zwaardvis die aan de lijn de boot voorttrekt wordt beschreven als een gevecht van een op een, moge de sterkste winnen. Man en dier gelijk.

… After he judged that his right hand had been in the water long enough he took it out and looked at it. ‘It is not bad’, he said. ‘And pain does not matter to a man.’

.. A man can be destroyed but not defeated

Het leven is voor ieder mens een strijd. Er is geluk en er is verdriet, en of een gebeurtenis het een of het ander inhoudt weet je pas als je het achteraf beschouwt. Het geluk waar een mens om vraagt (hier: laat me een grote vis vangen) kan leiden tot het grootste verdriet.

… I must not think nonsense, he thought. Luck is a thing that comes in many forms and who can recognize her?

De oude man heeft aan het einde van het verhaal wat hij had aan het begin. Geen geld, geen vis. Maar aan het begin van het verhaal werd hij gezien als iemand die niets meer kan, en aan het eind van het verhaal bewondert men het gigantische karkas van de vis met wie de oude man heeft gevochten. Hij heeft zijn eigenwaarde behouden.

…. ‘What will you do now if they come in the night? What can you do?” He digs deep. Fight them, he says, I’ll fight them until I die.

Lees verder The old men and the sea: levenslessen van Hemingway

Quotes de Literatuurder dierbaar

 

I have little left in myself  I must have you. The world may laugh  may call me absurd, selfish but it does not signify. My very soul demands you: it will be satisfied, or it will take deadly vengeance on its frame. (Ch. Bronte)

My love for Heathcliff resembles the eternal rocks beneath – a source of little visible delight, but necessary (E. Bronte)

graf

Piecemeal the body dies, and the time soul has her footing washed away, as the dark flood rises. (D.H. Lawrence)

 

The quote van Lawrence komt uit The ship of death I(zie het eerder bericht over De Dood)

Emily en Charlotte Bronte zijn me dierbaar (Anne mag niet echt meedoen wat mij betreft). Zo zelfs dat ik een aantal jaren geleden afreisde naar Haworth om hun graf te bezoeken. Ten tijde van de visite werden de graven juist gerestaureerd en was de kerk helaas gesloten. Niet getreurd: gewandeld over de Moors en heel veel schraal bier gedronken. Any cemetery is a place to dwell …

Voor De Literatuurder gaat niets boven Engeland

Literaire confrontaties met de dood

De Literatuurder vraagt er niet om, maar wordt met enige regelmaat geconfronteerd met de dood. Dat is in alle gevallen pijnlijk en soms, zoals afgelopen november 2017 , is de confrontatie met de dood schokkend en was de persoon veel te jong, te veelbelovend, te onmisbaar, te waardevol. De goeden gaan het eerst zeggen de mensen. Dat zal heus zo zijn, maar we hebben ze hier nog hard nodig. De Literatuurder vlucht graag in de poëzie, in tijden van rouw.

In December 1987 overleed mijn vader plotseling, en het was een grote klap. Hij was amper 58 jaar oud.  Ik was student Nederlands, en kon mijn rouwverwerking mooi botvieren op een opdracht tot het samenstellen van een bloemlezing. De bloemlezing (titel Dood in de Poëzie)  leverde mij, naast de benodigde studiepunten, vele inzichten op. Het onderwerp Dood is geliefd in de literatuur. Er zijn zware woorden en lichte versjes, zoals deze van Ivo de Wijs, in een kort gedicht dat beklijft en je hoofd nauwelijks nog verlaat:

December: mist en duisternis en koude
en vrolijkheid die me maar matig smaakt
Ik ben dit rotjaar iemand kwijtgeraakt
van wie ik tot het einde toe heb gehouden

De uren dat ik bij haar heb gewaakt
terwijl de dood haar in zijn richting klauwde
De kleine strohalm waar ik op vertrouwde
totdat het sloperswerk was afgemaakt

December,ik zou graag opnieuw beginnen
maar als mijn schone lei
het lijkt te winnen
Dan mikt de regen tranen op de ruit
de mist brengt de herinnering
weer boven
De koude kan de wonden
niet verdoven
Het donker wist het oude beeld niet uit

Een van mijn klassieke favoriete auteurs is Simon Vestdijk, en een van mijn lievelingsgedichten van hem handelt over de dood: De uiterste seconde’ (alleen dat gegeven is al zo fascinerend, ooit zal die er zijn, voor elk van ons, de aller- aller- allerlaatste seonde van ons leven.

Doodgaan is de kunst om levende beelden
Met evenveel gelatenheid te dulden
Als toen zij nog hun rol in ’t leven speelden,
Ons soms verveelden, en nochtans vervulden.

Hier stond ons huis; hier liep zij met de honden;
Hier maakte zij de bruine halsband los;
Hier hebben wij de stinkzwammen gevonden,
Op een beschutte plek in ’t sparrenbosch.

Doodgaan is niet de aangrijpende gedachte,
Dat zij voortaan alleen die paden gaat, –
Want niemand is alleen die af kan wachten,
En niemand treurt die wandelt langs de straat, –

Maar dat dit alles wàs: een werk’lijkheid,
Die duren zal tot de uiterste seconde;
Dit is de ware wedloop met de tijd:
De halsband los, en zij met de twee honden.

 

 en.

Engels is mijn liefste literatuurtaal, en in de rijke Engelse literatuur is de dood een geliefd onderwerp. Luister 100x naar The Ship of Death zoals Tom O’Bedlam het voordraagt en je gaat het vanzelf begrijpen.

“The Ship of Death” by D.H. Lawrence (read by Tom O’Bedlam)

Hahahaha? Integendeel: HhhH

Wat moet ik nou vinden van een boek met zo’n titel. En dan gaat het ook nog over WOII, niet een van mijn favoriete topics. Meermalen schoof ik het terzijde maar de jubelrecesies in de kranten zag ik toch. En de aanbeveling van Jeroen Brouwers op de achterflap: ‘HhhH, daar ben ik nog van ondersteboven. Een schitterende roman‘ tenslotte, kon ik niet weerstaan:

HhhH (Himmlers hersens heten Heydrich) van Laurent Binet. En intrigerend, schitterend, briljant: geen superlatief lijkt me nu nog te hoog gegrepen voor deze geweldige roman van Laurent Binet (Fr). Het is zo’n zeldzaam boek waar je als je het uit hebt opnieuw in begint, en met het verdere verloop nog vers in je geheugen krijgt dat begin dan nog meer betekenis.

Zo wordt de lezer de geschiedenis in getrokken:

pg 7 Gabcik is zijn naam en hij is een personage dat echt heeft bestaan. Heeft hij in zijn eentje achter de gesloten blinden van een in duisternis gehulde flat op het smalle ijzeren bed liggen luisteren, en buiten het zo herkenbare knarsen van de Praagse trams gehoord? Ik wil het geloven. Omdat ik Praag goed ken, kan ik bedenken welk nummer de tram heeft (maar dat is misschien veranderd), welke route hij rijdt en waar Gabcik achter de gesloten blinden ligt te wachten, te denken en te luisteren. We zijn in Praag (…). Tram 18 of 22 staat stil bij de Botanische Tuin. En het is 1942.

Kubis (l) en_Gabcik
De twee parachutisten

Het personage (nee, eigenlijk de persoon..) Gabcik en ook zijn vrienden komen de lezer springlevend voor.  En niet alleen hen, ook de persoon waar het allemaal om begonnen is, Reinhardt Heydrich, de beul van Praag, de man met het Ijzeren hart, het gezicht van het kwaad,  de slager van Praag, enz. leren we kennen als een werkelijk mens, alleen al door deze scene in het begin van het boek:

pg 23 Maria probeert misschien al een uur onbeholpen piano te spelen als ze haar ouders hoort thuiskomen. Bruno, haar vader, opent de deur voor zijn vrouw Elisabeth, die een baby in haar armen heeft. Ze roepen haar erbij. ‘Kom eens kijken Maria! Kijk, dit is je broertje. Hij is nog heel klein en je moet heel voorzichtig met hem zijn. Hij heet Reinhardt.’ Maria knikt maar wat. Bruno buigt zich behoedzaam over de pasgeborene. ‘Wat een mooi kind!’ zegt hij. ‘Wat is hij blond!’ zegt Elisabeth. ‘Later wordt hij musicus.’

Een mooie jongen, een mens van vlees en bloed, blond is hij, en dol op muziek. Maar helaas wordt hij geen musicus… Was dat maar waar, dan had de geschiedenis wellicht een andere loop gehad. We zullen het nooit weten, want zo stelt Binet (pg 330) …geschiedenis gaat door, het noodloot staat nooit stil.

De opkomst van de nazi’s en dan met name de macht van  Heydrich, we denken al te weten hoe het is gegaan, en ik kan niet voldoende beoodelen of Binets boek werkelijk iets toevoegt aan alle bestaande documentatie. Zelf maakt hij ook gewag van andere boeken en films over dit onderwerp. Toch laat hij niets over aan een ander en zoekt hij zelf naar zijn eigen versie van het gebeuren. Dat hij de lezer deelgenoot maakt van die zoektocht maakt het voor mij, als niet ervaren geschiedenislezer, bijzonder interessant.

Heydrich was een van de wreedste nazi’s ten tijde van het Derde Rijk. De chef van Eichmann en de rechterhand van Himmler. O, hoe hoopt lezer dat de aanslag lukt en het recht zal zegevieren. Maar er is ook een andere kant: als het lukt, en Heydrich vindt de dood, wat zullen dan de represailles van de nazi’s zijn. En overleven de helden?

hhhh2

Ronduit intrigerend is de reconstructie van de aanslag, de aanloop ernaartoe en de nasleep ervan, in deze combinatie van feit en fictie. Zoals gezegd vind ik het fascinerend hoe Binet zijn vertwijfeling beschrijft.  Wat mag je erbij verzinnen als je een gebeurtenis die in het verleden werkelijk heeft plaatsgevonden moet beschrijven? Hoe kun je weten wat werkelijk is gezegd en hoe het precies is gegaan als zelfs de mensen die erbij waren het niet precies meer weten? Die zoektocht vormt een grond voor de feitelijkheden in deze roman. De wreedheden, de willekeur (wat is toeval geweest?), het verraad en het menselijk falen. Het speelt allemaal een rol bij dit verhaal dat zo naar een climax toewerkt.

Naast de confrontatie met het proces (wat krijgen we te lezen en wat niet, welke keuzes maakt de schrijver, wat vindt hij relevant en wat heeft hij weggelaten) lees je een spannende roman.  Hoe het afloopt weet een ieder die de geschiedenis kent, maar dat maakt het boek niet  minder spannend. Naast de Tsjechen in de hoofdrol, en de Duitsers, leren we ook de ik-persoon – de verteller –  goed kennen. Hij worstelt en tobt. Hij heeft zich in de geschiedenis ingeleefd en loopt in feite mee met de parachutisten. Ze hebben werkelijk bestaan en voor hem bestaan ze nog steeds werkelijk.

pg 7 …. want wat is er eigenlijk banaler dan een verzonnen personage? Gabcik heeft dus echt bestaan, en Gabcik was wel degellijk de naam waar hij naar luisteren (..). Zijn geschiedenis is even waar als uitzonderlijk (…)  Al langer wilde ik hem hulde brengen.

Pg 324 Ik ben Gabcik, eindelijk. Hoe zeggen ze dat ook alweer? Ik val samen met mijn personage. Ik zie mezelf (..) door Praag lopen, de mensen lachen, spreken Tsjechisch en bieden me een sigaret aan.

Pg 330 Kubis is dood. Het is jammer dat ik het op heb moeten schrijven. Ik had hem graag beter leren kennen. Ik had hem willen kunnen redden. (….) Wat ik ook doe, wat ik ook zeg, ik wek de moedige Jan Kubic er niet mee tot leven. De heldhaftige Jan Kubis, de man die Heydrich heeft gedood

De geschiedenis is niet te veranderen, ze heeft haar loop gehad. Heydrich was het brein achter de zgn ‘Endlosung’. Miljoenen mensen, Joden en Roma, vonden de dood in dat afschuwelijke programma, dat de codenaam Aktion Reinhard droeg.  Zelfs het dapperste verzet heeft dat uiteindelijk niet kunnen voorkomen. Maar auteurs als Binnet houden de herinnering levend voor toekomstige generaties lezers.

verni

Meer weten?  Hier wat absolute feiten

Wat is Wat bij Dave Eggers

Recentelijk las ik Heroes of the frontier (2017), de meest recente roman van Dave Eggers en het fascineerde me net als al zijn eerdere werk. De vele titels die deze auteur op zijn naam heeft staan kunnen worden geprezen om hun originaliteit. De moeite waard om het hele oevre van Eggers te lezen. Zo ver ben ik nog niet, ik las tot nu toe:

  • The Wild Things,
  • Whats the What,
  • the Circle,
  • Your Fathers, Where Are They? And the Prophets, Do They Live Forever?
  • The Hologram for the King.

Rare titel denk ik bij elk boek: waar zou dat boek over gaan.. Ik heb mn favorieten, maar elk werk van Eggers vind ik goed. Het begon toen ik naar de film The Wild Things ging. Onzettend leuke film over een kind en de ‘monsters’ uit zijn fantasie die tot leven komen. Bleek dat het originele boek uit 1963 ( waar ik nooit van heb gehoord), voor de film was bewerkt door o.a. Eggers. Toen las ik voor het eerst over deze auteur, ik las dit boek, en daarna de rest. Ik lees Eggers in het Engels, omdat het kan.

Wherethewildthingsare

What’s the What

Dezer dagen woedt er een discussie via media en social media over het vraagstuk of een blanke auteur mag schrijven over een zwart personage: hij kan het immers niet invoelen (gehinderd door zijn white privilege als hij is). Een in mijn ogen belachelijke vraag. Mag een auteur schrijven over een dwerg, een gehandicapte, een man over een vrouw en andersom? Over een Chinees, of iemand uit Antartica. Waar is de grens. Een hellend vlak. Een goede auteur leeft zich in in zijn/haar personages en die kunnen zijn wat hij maar wil.

Dave Eggers schreef met What’s the What een boek dat het onmogelijke vrijwel mogelijk maakt: als rijke (blanke) westerling in een (ogenschijnlijk) veilig land levend begrijp je als je het boek uit hebt werkelijk wat het inhoudt als vluchteling te leven. Een prestatie van formaat. Het boek (een roman) is gebaseerd op het leven van Valentino Achak Deng, een Soedanese jongen die via het Lost Boys of Sudan programma vanuit een vluchtelingenkamp in Amerika belandt. Het verhaal is zo levensecht geschreven, aangrijpend zoals je zou verwachten, maar wat ik nooit had gedacht is dat ik daadwerkelijk ooit ook maar een fractie zou kunnen inzien wat een vluchteling doormaakt. En zelfs dat kreeg Eggers voor elkaar. Dat komt natuurlijk ook doordat het echt echt gebeurd is en Eggers door de werkelijke Valentino Achak Deng is geinformeerd. Maar een verhaal, zo gruwelijk, zo ongelovelijk erg, met humor en levensmoed neerzetten, dat is echt het vakmanschap van Eggers. Petje af dus. Leek me niet dat er na dit boek nog een boek zou volgen dat weer zo origineel zou kunnen zijn. Vergiste me weer eens…

Whatisthewhatbook

 

A Hologram for the King

Ook een film van, maar ik ben wegens de slechte kritieken niet gaan kijken, ondanks Tom Hanks, omdat ik het beeld dat ik zelf heb van de hartverscheurend stuntelende en aandoenlijk sympathieke hoofdpersoon niet wilde verstoren. Ook deze roman zit barstensvol humor en tenenkrommende situaties waar de hoofdpersoon in terecht komt (door eigen toedoen, onnozelheid, onmacht) en die je hoe dan ook herkent, ook al speelt dit zich af in Saoedie Arabie. Alan is een zakenman die een afspraak heeft met de koning. Daar draait alles om en zonder die afspraak kan hij niet verder. Alleen de koning komt niet. Een geniaal gegeven: wat moet Alan dan in dat land? Met wie moet hij praten? Tot wie kan hij zich wenden? Wie kan hij vertrouwen en hoe zorgt hij dat hij de plaatselijke gebruiken respecteert als hij ze niet eens kent. Welke keuzes moet hij maken om de klant niet voor het hoofd te stoten en zelf niet af te gaan? Synchroon loopt het verhaal van zijn ook al niet zo geslaagde vaderschap van zijn dochter Kit.

hologra

Over het plot hoef ik niets te vertellen, het boek moet gelezen worden.  Zoals gezegd zag ik de film niet maar de trailer van de film belooft veel goeds!

The Circle

Over dit boek is al veel gezegd en geschreven, en er is een actuele verfilming. Emma Watson in de hoofdrol, maar ik zou zeggen: ga er niet heen en lees het boek. Ik ging ondanks de negatieve recensies toch en ben halverwege de zaal uitgelopen. Het boek (uit 2013) daarentegen, vond ik uitermate boeiend. Vandaag, in 2017,  hebben social media de wereld al zo overgenomen dat veel gebeurtenissen in het boek de lezer minder zullen aangrijpen dan toen ik het las 4 jaar geleden. Het idee! De controle! Dat je alles blootgeeft en afhankelijk wordt! Inmiddels zijn we in real life aardig in de buurt gekomen met onze altijd alerte smartphones. Niet zo heel ver van Big Brother uit ‘1984’ van George Orwell; toen geinspireerd op het communisme, maar met dezelfde vraag: wat gebeurt er als mensen individualiteit verliezen in de gemeenschap? Best interessant om in 2017 1984 er nog eens een keer bij te pakken, Orwell schreef het in 1948!

Your Fathers, Where Are They? And the Prophets, Do They Live Forever?

 

Over dit werk hoor je niet zoveel, persoonlijk vind ik het een van de beste Eggers van wat ik tot nu toe heb gelezen. Die titel maakt toch al meteen nieuwsgierig, het is een tekstregel uit het Oude Testament. Het boek bestaat geheel uit dialogen, ook zoiets. Hoe kan dat? Hoe begrijp je het dan?Hoe krijg je inzage in de omgeving, en hoe verloopt het plot? Daarover laat ik hier niets los. Ga maar lezen.

51SAGllu1DL._SX323_BO1,204,203,200_

 

A heartbreaking work of staggering genius werd genomineerd voor de Pulizer Price in…  Het is een semi-autobiografisch werk en dat valt buiten mijn interesseveld (ik hoef niet te weten wat de schrijver heeft meegemaakt, zelfs niet bij Murdoch of Van der Heijden (al kan de lezer niet om het overlijden van Tonio heen, ik hoef niet te weten dat Murdoch aan Alzheimer leed).

Bij Eggers heb ik er alle vertrouwen in dat ook het genre van de semi-autobiografie veilig is bij zijn pen! Dit boek ligt te wachten in mijn kast….

A.M. de Jong: vergeten?

Literatuurder is mijn staat van zijn en dus ben ik vaak in bibliotheken, op markten en in kringloopwinkels te vinden, op zoek naar literaire schatten. In boekhandels kom ik minder vaak: chronisch geldgebrek, maar ook en vooral: welk boek is de moeite van de aanschaf waard? Het aanbod is groot en de kwaliteit onduidelijk. De boeken die vooraan liggen zijn niet perse interessant: vaak wel heel goed in de markt gezet. Een sticker met ‘aanbevolen door DWDD’ schrikt mij eerder af dan dat ik het als een aanbeveling kan zien.  Verkoopcijfers, top tien titels, publieksprijzen: het is allemaal geen garantie voor kwaliteit in mijn ogen. Ook in de boekenwereld gaat het bovenal om geld verdienen, al worden er ook nog veel mooie werken uitgegeven die een kleine oplage hebben, maar tentoongesteld zijn veelal boeken die populair zijn bij een groot publiek door strakke marketing of de naam van een BNer op de cover. Ik zoek eea vaak online op om te zien wat er is, en dan bestel ik het, of zelf, of via de boekhandel. Dat laatste is beter als je wilt dat boekhandels nog een poosje blijven bestaan in Nederland.

De literatuurder leest natuurlijk ook veel  OVER literatuur en zo wijzen verschillende kenners haar de weg. Pieter Steinz (helaas in 2016 op 52 jarige leeftijd overleden) deze 130 klassiekers lezen! is onbetwist de beste wegwijzer in de (vaderlandse en klassieke) literatuur. Zijn wegwijzers zijn mijn bijbels. Recensies helpen me soms ook op weg en via Social Media volg ik mensen van wie ik vermoed of bewezen heb gezien dat zij verstand van zaken hebben. Zo kwam ik bijvoorbeeld op het momenteel populaire boek van de Duitse Nino Haratischuwili ‘Het achtste leven’. Ik ben helemaal niet zo thuis in de moderne Duitse literatuur en van deze auteur zou  ik anders zeker nooit gehoord hebben, laat staan iets van haar hebben gelezen. Nu geniet ik bijzonder van deze boeiende roman; een moderne klassieker wat mij betreft.

leven

Natuurlijk koop ik vaak genoeg boeken, in ieder geval die van mijn favoriete auteurs, AFTh van der Heijden, Orhan Pamuk, Simon Vestdijk en Iris Murdoch. Hun werk wil ik altijd hebben, en houden. Ik vind het leuk om rond te struinen op markten, beurzen en kringloopwinkels op zoek naar literaire parels. Soms stuit ik dan ineens op titels waar ik dolblij mee ben en waar ik nooit actief naar op zoek zou zijn gegaan.

Recentelijk vond ik in een kringloopwinkel een boek A.M. de Jong, van lang geleden. A.M. de Jong heb ik in mijn tienerjaren voor het eerst gelezen, daarna nog vele malen herlezen. Ik koester zijn werk in mijn boekenkast, maar ik was hem wel een beetje vergeten…

A.M. de Jong was een van de favorieten van wijlen mijn vader. Een man uit dezelfde zuil: De Jong (1888 N-Brabant) was partijman van de SDAP (de partij van het arbeidersmilieu van mijn grootouders), hij was zelf een kennis van Troelstra. Merijntje Gijzen is het meest bekende werk van De Jong (4 romans onder de titel Merijntje Gijzens jeugd gevolgd door 4 delen Merijntje Gijzens jonge jaren), en in mijn ogen ook het meest fantastische en onnavolgbare werk.

Merijntje Gijzens jeugd verscheen in 1928 en beslaat de volgende delen

merijntje

  1. Het Verraad
  2. Flierefluiters oponthoud
  3. Onnozele kinderen
  4. In de draaikolk

Merijntje Gijzens Jonge Jaren verscheen in 1935, de delen:

  1. De grote zomer
  2. De goede dood
  3. Het boze gerucht
  4. Een knaap wordt man

In mijn vaders boekenkast stond het complete werk voor het grijpen, dus de drempel was laag. Het had me meteen te pakken. Wat genoot ik van de prachtige woorden en het ingewikkelde dialect! Ik ben in Deventer geboren en de mensen om me heen spraken ‘Deventers’. Mijn generatie leerde het niet meer actief bezigen, maar verstaan konden we het wel en ik vond het fascinerend hoe mijn ouders en de veelvuldig over de vloer komende ooms, tantes, vrienden en buren rap met elkaar ‘plat proatn’. Als ik mee probeerde te doen lachten ze me uit. De uitspraak precies goed krijgen lukte me nooit. Zelf geneerden ze zich er vaak een beetje voor en in contact met ‘autoriteiten’: sjieke ambtenaren bijvoorbeeld, of de dokter, deed mijn moeder haar best ABN te praten, wat dan stijf en gemaakt klonk. Ik begreep niet waarom ze niet trots waren dat ze die taal konden spreken..

Als A.M. de Jong niet zo trots op het Brabantse dialect was geweest was Merijntje Gijzen nooit dat levensechte Brabants jongetje geworden dat hij voor altijd zal zijn. De dialogen in het boek zijn in dialect geschreven (widde- da – weet je dat), (da gij bedankt zijt da widde). In het begin leest dat misschien wat ingewikkeld maar het went snel: hardop lezen wil nog weleens helpen. Je hoort ze als het ware praten, alsof je er naast staat. Fascinerend taalgebruik. Dramatisch verhaal. Geweldige karakters en onnavolgbare dialogen. Wat een meesterwerk!

Mijn vader was een literatuurlezende arbeider, en A.M. de Jong schreef over ons: ‘gewone’ mensen. Ik voelde wel aan dat het goed was, maar het was ook een streekroman, niet echt een topliterair genre. Tijdens mijn studie Nederlands kwam het belang van ‘De’ Merijntje Gijzen in een van de colleges aan de orde en mijn mentor en literatuurdocent Kees de Ruiter noemde het een van zijn favorieten aller tijden. Ik kon opgelucht adem halen: De Merijntje Gijzen hoort zeker thuis in de lijst van Nederlandse literaire toptitels!

Coming of age is altijd mijn favoriete literaire thema geweest en ook mijn onderzoek richt zich op dit genre. De kiem voor deze belangstelling is wellicht in mijn jeugd gelegd met dit werk van deze grote auteur, die wat mij betreft nooit vergeten zal worden.

Lees Merijntje! Al is het alleen maar het hartverscheurende eerste deel. En de echte liefhebber kan na lezing het geboortehuis van A.M. de Jong gaan bezoeken:  schrijvershuizen in NL

De geboorte van de hoofdpersoon

De literatuurder wordt graag getipt over literatuur waarin de hoofdpersoon wordt geboren. En dan letterlijk: de geboorte van de hoofdpersoon moet in het boek worden beschreven. Deze vondsten worden gebruikt voor een onderzoek, waar ik nog geen tipje van de sluier over kan oplichten. Maar tips zijn welkom.

Een van de mooiste voorbeelden uit de verzameling tot dusver is de geboorte van Oscar in De blikken trommel van Gunter Grass.

Citaat:

‘Mijn moeder beviel thuis. Toen de weeen begonnen, stond zij nog in de winkel blauwe pond- en halfpondszakken met suiker te vullen. Ten slotte was het te laat om nog naar een vrouwenkliniek vervoerd te worden en moest een oudere vroedvrouw, die nog slechts nu en dan haar koffertje pakte, geroepen worden uit de in de buurt liggende Hertastrasse. In de slaapkamer as zij mij en mijn moeder behulpzaaam bij het van elkaar losraken.

Ik aanschouwde het levenslicht in de vorm van twee zestigwatt-gloeilampen. Daarom komt mij nog heden de bijbeltekst: ‘Er zij licht en er was licht’, voor als een der meest geslaagde slagzinnen van de firma Osram. Mijn geboorte verliep vlot met uitzondering van de daarbij behorende inscheuring van de bilnaad. Zonder moeite bevrijdde ik mij uit de door moeders, embryo’s en vroedvrouwen gelijkelijk gewaardeerde hoofdligging.

Om meteen met de deur in huis te vallen: ik behoor tot de zuigelingen met een bijzonder fijn gehoor, wier geestelijke ontwikkeling reeds bij de geboorte afgesloten is en voortaan nog slechts bevestigd hoet te orden. Ze onbeinvloedbaar ik als embryo slechts naar mijzelf had geluisterd en mij in het vruchtwater spiegelend op mezelf had gelet, zo kritisch beluisterde ik de eerste spontane wooorden van mijn ouders onder de gloeilampen. Mijn oren waren klaarwakker. Ook al waren zij dan klein en omgevouwen en wat dichtgeplakt en op zijn hoogst schattig te noemen, toch bewaarden zij elk van die voor mij voortaan zo belangrijke, want als eerste indruk geboden woorden. Meer nog: wat ik met mijn oren opving, werd onmiddellijk geevalueerd door mijn nog zo geringe hersens en ik besloot, nadat ik genoeg over al het gehoorde had nagedacht, bepaalde dingen te doen en andere beslist na te laten.

‘Een jongen,’zei die meneer Matzerath die zichzelf als mijn vader beschouwde. ‘Hij zal later de zaak overnemen als hij groot is. Nu weten we eindelijk waarvoor we ons zo uitsloven.’ Mijn moeder dacht minder aan de winkel dan aan de onderdelen van haar zoon: ‘Nou, ik wist toch dat het een jongen was, ook al heb ik vaak gezegd: ’t Wordt een meisje.’

Zo maakte ik al vroeg kennis met vrouwelijke logica en hoorde daarna: ‘Als kleine Oscar drie is, krijgt hij een blikken trommel.’

 

Charlie’s Angel

Wie is opgegroeid eind jaren zestig begin zeventiger jaren, zoals ik, moet wel iets meegekregen hebben van Charles Manson, en zijn ‘Family’. Ik was gefascineerd door de bekende foto van Manson, met de woeste echt krankzinnige blik in zijn ogen. Vol in de flower power idylle, make love not war, en dan die gruwelijke moorden.

Recentelijk verscheen er een roman gebaseerd op Manson en de meisjes om hem heen: The Girls van Emma  Cline.

images

Het is een fantastisch boek over het jonge meisje Evie, dat tussen de wal en het schip geraakt met ouders die het drukker hebben met hun eigen levens dan met het hare en vrienden waar ze niet echt aansluiting meer bij vindt als ze zich gaandeweg ontwikkelt. Maar daar is de groep van Manson (Russell in het boek) en ze sluit zich aan.  De verteller is middle aged Evie, en de vertelling wordt in gang gezet door de nieuwsgierigheid van de jonge mensen die tijdelijk in haar omgeving zijn ‘jij was er toch bij?”.  Haar herinneringen vertellen ons het verhaal. En dat verhaal is onomwonden schrijnend en open. De eenzaamheid en verwarring van een meisje van 14. De ouders die denken dat ze zich wel redt. De wreedheid van de andere tieners. Wat een warm bad is die ranch, in de make love not war modus, samen muziek maken en een beetje blowen. Ja zo zoet is het dus allemaal niet. De vrije sex is maar ten dele vrij. Liefde is er wel degelijk, zeker bij de meisjes, met name tussen Suzanne en Evie.

Cline beschrijft de ontwikkeling van de groep en de teloorgang zonder sentimentaliteit. Evie is een werkelijk persoon, dat je zou willen koesteren en van wie je elke stap snapt. Ook als je niets zou weten van Manson en de moord op Sharon Tate en de anderen, dan zou je nog aanvoelen dat het verhaal afstevent op een verschrikkelijke climax. Het perspectief van degene die erbij was maar die er niet bij was toen er gemoord werd is bijzonder interessant: was onze lieveling Evie ook tot zoiets in staat geweest? En de oervraag: is niet ieder mens tot alle goed- en slechtheid in staat?

Emma Clyne is van 1989, te jong om haar Manson fascinatie te kunnen hebben opgedaan in de sixties.  Een interview in de Volkskrant  laat lezen dat ze met hun gezin weleens langs de San Quentin State Prison reden. Dan zei haar vader: kijk jongens, hier woont Charles Manson. De jonge Emma was onder de indruk: wat een groot huis. Ze groeide op op een ranch (haar ouders zijn wijnboeren) als lid van een groot gezin. Het buitenleven in een grote groep is haar dus ook bekend.

Elk boek vindt zijn bodem in een fascinatie van de schrijver. Hopelijk zijn er veel kiemen gelegd in het brein van Cline toen ze opgroeide.

 

het geluid van Gorter: Mei

Poezie is niet mijn favoriete genre, maar was dat wel van wijlen mijn mentor Kees:  het epos Mei van Herman Gorter,  dat bestaat uit maar liefst 3 delen (een gedicht! meer dan 4000 versregels ) kon me tijdens zijn colleges niet boeien, maar onder zijn invloed en deskundige begeleiding heb ik me er zo in moeten verdiepen dat er in mijn leven geen mei meer voorbij kan gaan zonder ‘Mei’..

En ik ben er enorm aan gehecht geraakt… De eerste regels van dit 19e eeuwse (1889) heldendicht worden bekend verondersteld (nou ja, de eerste 2…)

Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht –

180px-Herman_Gorter_(Bergen_aan_Zee)

Lees verder het geluid van Gorter: Mei