jeroen

Lachen met Jeroen Brouwers

Jeroen Brouwers zou ik nou niet meteen bestempelen als het zonnetje onder onze vaderlandse literaire meesters, maar wat heb ik al een week lang enorm veel lol met zijn roman Geheime kamers.

Van Brouwers heb ik veel gelezen, en met name zijn roman Bezonken rood is me bijgebleven als een van de meest aangrijpende werken die ik ooit heb gelezen. Zo prachtig, zo hartverscheurend en nergens sentimenteel. De onontkoombaarheid van het kwetsbare kind, dat niet met liefde wordt bejegend. De kiem van haat die hoe dan ook zal worden geplant, waar ooit liefde zijn plek had, of waar liefde zijn plek had moeten krijgen. En het kan nooit meer goed komen.

In de romans van Brouwers komt het niet goed.

Ook zijn meest recente werk Het Hout , waar Brouwers  de  ECI – voorheen AKO – literatuurprijs (2015) voor kreeg handelt over de tere kinderziel.  Het Hout is  zeker niet een van mijn favorieten, maar het bleef me boeien. En van de destijds genomineerden van 2015 was Brouwers naar mijn mening zonder meer terecht de winnaar.

Nu pas ontdek ik Geheime kamers, eerste druk 2000, ik lees de 27e druk. Het handelt hier om het grote thema van de onbereikbare en onmogelijke liefde, het verlangen naar een ander leven dan het leven dat de werkelijkheid is, dromen en verlangen, overspel en ondergang, leven met leugens, liefde, bedrog, leven en dood. Alles kun je erin vinden. Kundig door Brouwers in elkaar gevlochten en uitgewerkt.

Zijn humor en vilein zijn onnavolgbaar, Brouwers’dialogen meesterlijk. De conversatie tussen de hoofdpersoon en zijn echtgenote over het object van zijn adoratie, zangeres van beroep, als zij heeft gebeld dat ze op bezoek komt:

Absoluut geen zin had ze, zei ze vervolgens, hoogst geagiteerd, in ‘dat albineuze zangkonijn’. ‘Wat heb je?”vroeg ik. ‘Wat ik heb? De pest aan die gratenkut met haar gezicht als van een doodziek spook en van dat kerstbomenrag rond haar kop.’  —-  

Maar ook prachtig beeldend kan hij schrijven. In de dialoog met zijn liefdesobject over wat zij haar echtgenoot niet vertelt: Waarom mocht hij dat niet weten? Hij hoeft niet alles te weten. Hij komt niets te kort en daar mag hij tevreden mee zijn. Er zijn geheime kamers waar hij niets te zoeken heeft. …. ‘Heb jij die dan niet?’ 

De grappige vergelijkingingen buitelen over elkaar heen in dit boek, en ik herlees sommige pagina’s voor de lol, of om het echt goed te begrijpen, want je moet er wel je kop bijhouden, bij Brouwers.

‘Ik was  terug in het vacuum van voor .. – er was alleen maar waaiende leegte, zowel buiten mij als binnen in mij. Tot op zekere dag de telefoon ging en het was of er een barst in de stolp werd gestoten, waaronder ik lag te schimmelen als een vergeten punt kaas.’

En niet in de laatste plaats  voel ik me verwant met Brouwers omdat hij zo heerlijk afgeeft op de moderne literatuur:

Nam gedeisd in de schommelstoel plaats. Begon te doen of ik las, weeer een nieuw romanmeesterwerk van een jeugdige debutant, vlammend aanbevolen door alle boekbesprekers, niettemin door mij na zeven bladzijden al ongenietbaar bevonden.’

Zo fijn om dat eens, onomwonden en perfect verwoord, van een ander te horen!

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *