DSC_3183

het geluid van Gorter: Mei

Poezie is niet mijn favoriete genre, maar was dat wel van wijlen mijn mentor Kees:  het epos Mei van Herman Gorter,  dat bestaat uit maar liefst 3 delen (een gedicht! meer dan 4000 versregels ) kon me tijdens zijn colleges niet boeien, maar onder zijn invloed en deskundige begeleiding heb ik me er zo in moeten verdiepen dat er in mijn leven geen mei meer voorbij kan gaan zonder ‘Mei’..

En ik ben er enorm aan gehecht geraakt… De eerste regels van dit 19e eeuwse (1889) heldendicht worden bekend verondersteld (nou ja, de eerste 2…)

Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht –

180px-Herman_Gorter_(Bergen_aan_Zee)

In het eerste deel komt Mei tot leven, na de dood van haar zusje April. Dochters van zon en maan. Mei staat symbool voor de natuur in Nederland. De eerste regel kennen de meeste mensen wel : ‘een nieuwe lente, een nieuw geluid.’ Dat is dus de geboorte van Mei.

Het tweede en langste deel vind ik zelf het mooiste. De dichter is in dit boek verteller en heeft zelf geen rol. Mei vliegt de hemel in een wordt verliefd op de figuur Balder (de zoon van Wodan). Balder wil zich niet aan haar binden  en breekt Mei ’s hart.

”Ik ben maar Mei, ik woon maar op de aarde
Het waren Zon en Maan, die mij klein baarden,
Nu ben ik groot want nu zit ik naast u.
O maak mij grooter, nòg ben ‘k klein en schuw.
O laat mij hooren hier naar uwe woorden,
Alles vergeten wat mij vroeger hoorde
Van jeugd en schoon, maar alles zien wat u
Behoort, o u een boom, in uw schaduw.
O sta nu boven mij zooals een boom
En laat mij liggen onder u, een droom
Verritselen zal ik uw bladen hooren.
O laat mij niets zijn dan ééne bekooring,
Een droom van u, o maak mij altijd vol
Van u, een vrucht die ’t zonlicht levend zwol.
Zie, ‘k wil u geven alles wat ik heb,

…..

‘Donder knalde en rommelde, groote spoken
Vlogen een oogenblik rond en neergedoken
Zaten ze saam, toen schrikten ze weer heen
En vloden hande’ omhoog, huilend uiteen.
Balder stond hoog, hij leek een rots, diep blauw
Was heel zijn lijf, zijn haren zwart, en grauw
Handen en voeten. En hij zeide hard
Als steenen, woroden: ”Nooit, nooit, nooit” en zwart
Trilde hij zoo als een verbrande boom.
Hij zei het nog eens: nooit, en als een doem
Viel dat van boven op de kleine Mei’
Het derde deel gaat tussen Mei en de dichter zelf. Mei is niet meer in de natuur maar in een oude stad.  Maar ook in die andere omgeving kan ze haar liefde voor Balder niet afzetten en is haar tijd gekomen om te sterven. Ze wordt begraven door de dichter, de zon en de maan en een heleboel anderen.

Uiteraard is dit epos van Herman Gorter door velen geinterpreteerd.  Mei gaat over de tegenstelling  tussen lichaam (Mei)  en geest (Balder).  Op o.a. de website van de Koninklijke Bibliotheek is een uitgebreide interpretatie te vinden.

Mijn doel is ooit te wandelen in de pracht en praal van de natuur in de maand mei, en daar dan in het hoofd ‘de Mei’ van Gorter bij reciteren. Nog even oefenen…

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *