De geboorte van de hoofdpersoon

De literatuurder wordt graag getipt over literatuur waarin de hoofdpersoon wordt geboren. En dan letterlijk: de geboorte van de hoofdpersoon moet in het boek worden beschreven. Deze vondsten worden gebruikt voor een onderzoek, waar ik nog geen tipje van de sluier over kan oplichten. Maar tips zijn welkom.

Een van de mooiste voorbeelden uit de verzameling tot dusver is de geboorte van Oscar in De blikken trommel van Gunter Grass.

Citaat:

‘Mijn moeder beviel thuis. Toen de weeen begonnen, stond zij nog in de winkel blauwe pond- en halfpondszakken met suiker te vullen. Ten slotte was het te laat om nog naar een vrouwenkliniek vervoerd te worden en moest een oudere vroedvrouw, die nog slechts nu en dan haar koffertje pakte, geroepen worden uit de in de buurt liggende Hertastrasse. In de slaapkamer as zij mij en mijn moeder behulpzaaam bij het van elkaar losraken.

Ik aanschouwde het levenslicht in de vorm van twee zestigwatt-gloeilampen. Daarom komt mij nog heden de bijbeltekst: ‘Er zij licht en er was licht’, voor als een der meest geslaagde slagzinnen van de firma Osram. Mijn geboorte verliep vlot met uitzondering van de daarbij behorende inscheuring van de bilnaad. Zonder moeite bevrijdde ik mij uit de door moeders, embryo’s en vroedvrouwen gelijkelijk gewaardeerde hoofdligging.

Om meteen met de deur in huis te vallen: ik behoor tot de zuigelingen met een bijzonder fijn gehoor, wier geestelijke ontwikkeling reeds bij de geboorte afgesloten is en voortaan nog slechts bevestigd hoet te orden. Ze onbeinvloedbaar ik als embryo slechts naar mijzelf had geluisterd en mij in het vruchtwater spiegelend op mezelf had gelet, zo kritisch beluisterde ik de eerste spontane wooorden van mijn ouders onder de gloeilampen. Mijn oren waren klaarwakker. Ook al waren zij dan klein en omgevouwen en wat dichtgeplakt en op zijn hoogst schattig te noemen, toch bewaarden zij elk van die voor mij voortaan zo belangrijke, want als eerste indruk geboden woorden. Meer nog: wat ik met mijn oren opving, werd onmiddellijk geevalueerd door mijn nog zo geringe hersens en ik besloot, nadat ik genoeg over al het gehoorde had nagedacht, bepaalde dingen te doen en andere beslist na te laten.

‘Een jongen,’zei die meneer Matzerath die zichzelf als mijn vader beschouwde. ‘Hij zal later de zaak overnemen als hij groot is. Nu weten we eindelijk waarvoor we ons zo uitsloven.’ Mijn moeder dacht minder aan de winkel dan aan de onderdelen van haar zoon: ‘Nou, ik wist toch dat het een jongen was, ook al heb ik vaak gezegd: ’t Wordt een meisje.’

Zo maakte ik al vroeg kennis met vrouwelijke logica en hoorde daarna: ‘Als kleine Oscar drie is, krijgt hij een blikken trommel.’