A.M. de Jong: vergeten?

Literatuurder is mijn staat van zijn en dus ben ik vaak in bibliotheken, op markten en in kringloopwinkels te vinden, op zoek naar literaire schatten. In boekhandels kom ik minder vaak: chronisch geldgebrek, maar ook en vooral: welk boek is de moeite van de aanschaf waard? Het aanbod is groot en de kwaliteit onduidelijk. De boeken die vooraan liggen zijn niet perse interessant: vaak wel heel goed in de markt gezet. Een sticker met ‘aanbevolen door DWDD’ schrikt mij eerder af dan dat ik het als een aanbeveling kan zien.  Verkoopcijfers, top tien titels, publieksprijzen: het is allemaal geen garantie voor kwaliteit in mijn ogen. Ook in de boekenwereld gaat het bovenal om geld verdienen, al worden er ook nog veel mooie werken uitgegeven die een kleine oplage hebben, maar tentoongesteld zijn veelal boeken die populair zijn bij een groot publiek door strakke marketing of de naam van een BNer op de cover. Ik zoek eea vaak online op om te zien wat er is, en dan bestel ik het, of zelf, of via de boekhandel. Dat laatste is beter als je wilt dat boekhandels nog een poosje blijven bestaan in Nederland.

De literatuurder leest natuurlijk ook veel  OVER literatuur en zo wijzen verschillende kenners haar de weg. Pieter Steinz (helaas in 2016 op 52 jarige leeftijd overleden) deze 130 klassiekers lezen! is onbetwist de beste wegwijzer in de (vaderlandse en klassieke) literatuur. Zijn wegwijzers zijn mijn bijbels. Recensies helpen me soms ook op weg en via Social Media volg ik mensen van wie ik vermoed of bewezen heb gezien dat zij verstand van zaken hebben. Zo kwam ik bijvoorbeeld op het momenteel populaire boek van de Duitse Nino Haratischuwili ‘Het achtste leven’. Ik ben helemaal niet zo thuis in de moderne Duitse literatuur en van deze auteur zou  ik anders zeker nooit gehoord hebben, laat staan iets van haar hebben gelezen. Nu geniet ik bijzonder van deze boeiende roman; een moderne klassieker wat mij betreft.

leven

Natuurlijk koop ik vaak genoeg boeken, in ieder geval die van mijn favoriete auteurs, AFTh van der Heijden, Orhan Pamuk, Simon Vestdijk en Iris Murdoch. Hun werk wil ik altijd hebben, en houden. Ik vind het leuk om rond te struinen op markten, beurzen en kringloopwinkels op zoek naar literaire parels. Soms stuit ik dan ineens op titels waar ik dolblij mee ben en waar ik nooit actief naar op zoek zou zijn gegaan.

Recentelijk vond ik in een kringloopwinkel een boek A.M. de Jong, van lang geleden. A.M. de Jong heb ik in mijn tienerjaren voor het eerst gelezen, daarna nog vele malen herlezen. Ik koester zijn werk in mijn boekenkast, maar ik was hem wel een beetje vergeten…

A.M. de Jong was een van de favorieten van wijlen mijn vader. Een man uit dezelfde zuil: De Jong (1888 N-Brabant) was partijman van de SDAP (de partij van het arbeidersmilieu van mijn grootouders), hij was zelf een kennis van Troelstra. Merijntje Gijzen is het meest bekende werk van De Jong (4 romans onder de titel Merijntje Gijzens jeugd gevolgd door 4 delen Merijntje Gijzens jonge jaren), en in mijn ogen ook het meest fantastische en onnavolgbare werk.

Merijntje Gijzens jeugd verscheen in 1928 en beslaat de volgende delen

merijntje

  1. Het Verraad
  2. Flierefluiters oponthoud
  3. Onnozele kinderen
  4. In de draaikolk

Merijntje Gijzens Jonge Jaren verscheen in 1935, de delen:

  1. De grote zomer
  2. De goede dood
  3. Het boze gerucht
  4. Een knaap wordt man

In mijn vaders boekenkast stond het complete werk voor het grijpen, dus de drempel was laag. Het had me meteen te pakken. Wat genoot ik van de prachtige woorden en het ingewikkelde dialect! Ik ben in Deventer geboren en de mensen om me heen spraken ‘Deventers’. Mijn generatie leerde het niet meer actief bezigen, maar verstaan konden we het wel en ik vond het fascinerend hoe mijn ouders en de veelvuldig over de vloer komende ooms, tantes, vrienden en buren rap met elkaar ‘plat proatn’. Als ik mee probeerde te doen lachten ze me uit. De uitspraak precies goed krijgen lukte me nooit. Zelf geneerden ze zich er vaak een beetje voor en in contact met ‘autoriteiten’: sjieke ambtenaren bijvoorbeeld, of de dokter, deed mijn moeder haar best ABN te praten, wat dan stijf en gemaakt klonk. Ik begreep niet waarom ze niet trots waren dat ze die taal konden spreken..

Als A.M. de Jong niet zo trots op het Brabantse dialect was geweest was Merijntje Gijzen nooit dat levensechte Brabants jongetje geworden dat hij voor altijd zal zijn. De dialogen in het boek zijn in dialect geschreven (widde- da – weet je dat), (da gij bedankt zijt da widde). In het begin leest dat misschien wat ingewikkeld maar het went snel: hardop lezen wil nog weleens helpen. Je hoort ze als het ware praten, alsof je er naast staat. Fascinerend taalgebruik. Dramatisch verhaal. Geweldige karakters en onnavolgbare dialogen. Wat een meesterwerk!

Mijn vader was een literatuurlezende arbeider, en A.M. de Jong schreef over ons: ‘gewone’ mensen. Ik voelde wel aan dat het goed was, maar het was ook een streekroman, niet echt een topliterair genre. Tijdens mijn studie Nederlands kwam het belang van ‘De’ Merijntje Gijzen in een van de colleges aan de orde en mijn mentor en literatuurdocent Kees de Ruiter noemde het een van zijn favorieten aller tijden. Ik kon opgelucht adem halen: De Merijntje Gijzen hoort zeker thuis in de lijst van Nederlandse literaire toptitels!

Coming of age is altijd mijn favoriete literaire thema geweest en ook mijn onderzoek richt zich op dit genre. De kiem voor deze belangstelling is wellicht in mijn jeugd gelegd met dit werk van deze grote auteur, die wat mij betreft nooit vergeten zal worden.

Lees Merijntje! Al is het alleen maar het hartverscheurende eerste deel. En de echte liefhebber kan na lezing het geboortehuis van A.M. de Jong gaan bezoeken:  schrijvershuizen in NL