The old men and the sea: levenslessen van Hemingway

DSC_0303 (1)

mijn oude Hemingway

De Literatuurder ging naar de bioscoop, naar The Leisure Seeker, vanwege Helen Mirren en Donald Sutherland.  De film vertelt over een echtpaar op leeftijd, dat nog eenmaal op reis gaat in hun oude camper (the LS dus) . De reis bleek  te voeren naar het voormalig woonhuis van Ernest Hemingway in Key West Florida: de man van het echtpaar, literatuurdocent John is een groot bewonderaar van Hemingway  (‘prose that is poetry, that is Hemingsway’s secret’) en in deze verwarrende fase van zijn leven (John lijdt aan Alzheimer) houdt hij zich daaraan vast. Ontroerend en ook vaak erg komisch. De film is een aanrader.

Het zien van deze film bracht mij ertoe mijn oude Hemingways weer eens uit de kast te pakken.  De Literatuurder geinspireerd!

De citaten in de film zijn allemaal uit ‘The old men and the sea’, de novelle waarmee de veelzijdige literatuur Nobelprijswinnaar (in 1954)  – auteur , visser, jager enz. – Ernest Hemingway (1889 -1961) in 1953 de Pullitzerprijs voor ontving.

The old man and the sea speelt zich af aan de kust van Havanna en beschrijft een tocht van een oude visser, Santiago. De oude man lijkt uitgespeeld, hij is moe, heeft al weken niets gevangen en is ook de jongen, Manolo, met wie hij samen viste, kwijt geraakt omdat zijn boot immers niets oplevert. Vastberaden gaat de oude man de zee nogmaals op met als doel: een hele grote vis vangen. Met geduld en techniek lukt het hem een grote vis (een zwaardvis) aan te slaan en hij wint het gevecht dat het wordt om de vis te vangen. Echter, het bloed van de vis trekt haaien aan. De strijd die de man voert op zee  staat symbool voor de strijd van de mens om te (over)leven.  Daarbij weet je niet wat geluk of verdriet in dat leven zal zijn. Je neemt het zoals het komt, je leeft simpelweg je leven, je bent (maar) een mens. Duidelijk wordt gemaakt dat de struggle for life voor een mens niet anders is dan voor een dier. De dolfijnen, bruinvissen en zwaardvissen worden meermalen ‘brothers’ genoemd door de oude man.

.. During the night two porpoise came around the boat and he could hear them rolling and blowing. He could tell the difference between the blowing noise the mail made and the sighing blow of the female. ‘They are good,’ he said. ‘They play and make jokes and love one another. They are our brothers, like the flying fish.’

De tocht met de zwaardvis die aan de lijn de boot voorttrekt wordt beschreven als een gevecht van een op een, moge de sterkste winnen. Man en dier gelijk.

… After he judged that his right hand had been in the water long enough he took it out and looked at it. ‘It is not bad’, he said. ‘And pain does not matter to a man.’

.. A man can be destroyed but not defeated

Het leven is voor ieder mens een strijd. Er is geluk en er is verdriet, en of een gebeurtenis het een of het ander inhoudt weet je pas als je het achteraf beschouwt. Het geluk waar een mens om vraagt (hier: laat me een grote vis vangen) kan leiden tot het grootste verdriet.

… I must not think nonsense, he thought. Luck is a thing that comes in many forms and who can recognize her?

De oude man heeft aan het einde van het verhaal wat hij had aan het begin. Geen geld, geen vis. Maar aan het begin van het verhaal werd hij gezien als iemand die niets meer kan, en aan het eind van het verhaal bewondert men het gigantische karkas van de vis met wie de oude man heeft gevochten. Hij heeft zijn eigenwaarde behouden.

…. ‘What will you do now if they come in the night? What can you do?” He digs deep. Fight them, he says, I’ll fight them until I die.

Lees verder The old men and the sea: levenslessen van Hemingway

Quotes verzameling

Een mens is de geschiedenis van al zijn ademtochten en gedachten, zijn handelingen, atomen en wonden, liefde, onverschilligheid en afkeer; ook van zijn ras en natie, de grond die hem en zijn voorouders heeft gevoed, de stenen en het zand van de plaatsen die hem vertrouwd zijn, van lang geleden uitgestreden veldslagen en gewetensconflicten, van de glimlachjes van meisjes en het trage gemompel van oude vrouwen, van toevalligheden en het geleidelijk inwerken van onverbiddelijke wetten, van dat alles en meer, een vlam die in ieder opzicht de wetten gehoorzaamt die voor Vuur gelden, en die toch van het ene ogenblik op het andere aangestoken en weer uitgedoofd wordt, en nimmer een tweede keer kan worden ontstoken, tot in de eeuwigheid. 

(A.S. Byatt Obsessie – 1990)

I have little left in myself  I must have you. The world may laugh  may call me absurd, selfish but it does not signify. My very soul demands you: it will be satisfied, or it will take deadly vengeance on its frame. (Ch. Bronte)

My love for Heathcliff resembles the eternal rocks beneath – a source of little visible delight, but necessary (E. Bronte)

graf

Piecemeal the body dies, and the time soul has her footing washed away, as the dark flood rises. (D.H. Lawrence)

 

The quote van Lawrence komt uit The ship of death I(zie het eerder bericht over De Dood)

Emily en Charlotte Bronte zijn me dierbaar (Anne mag niet echt meedoen wat mij betreft). Zo zelfs dat ik een aantal jaren geleden afreisde naar Haworth om hun graf te bezoeken. Ten tijde van de visite werden de graven juist gerestaureerd en was de kerk helaas gesloten. Niet getreurd: gewandeld over de Moors en heel veel schraal bier gedronken. Any cemetery is a place to dwell …

Voor De Literatuurder gaat niets boven Engeland

Literaire confrontaties met de dood

De Literatuurder vraagt er niet om, maar wordt met enige regelmaat geconfronteerd met de dood. Dat is in alle gevallen pijnlijk en soms, zoals afgelopen november 2017 , is de confrontatie met de dood schokkend en was de persoon veel te jong, te veelbelovend, te onmisbaar, te waardevol. De goeden gaan het eerst zeggen de mensen. Dat zal heus zo zijn, maar we hebben ze hier nog hard nodig. De Literatuurder vlucht graag in de poëzie, in tijden van rouw.

In December 1987 overleed mijn vader plotseling, en het was een grote klap. Hij was amper 58 jaar oud.  Ik was student Nederlands, en kon mijn rouwverwerking mooi botvieren op een opdracht tot het samenstellen van een bloemlezing. De bloemlezing (titel Dood in de Poëzie)  leverde mij, naast de benodigde studiepunten, vele inzichten op. Het onderwerp Dood is geliefd in de literatuur. Er zijn zware woorden en lichte versjes, zoals deze van Ivo de Wijs, in een kort gedicht dat beklijft en je hoofd nauwelijks nog verlaat:

December: mist en duisternis en koude
en vrolijkheid die me maar matig smaakt
Ik ben dit rotjaar iemand kwijtgeraakt
van wie ik tot het einde toe heb gehouden

De uren dat ik bij haar heb gewaakt
terwijl de dood haar in zijn richting klauwde
De kleine strohalm waar ik op vertrouwde
totdat het sloperswerk was afgemaakt

December,ik zou graag opnieuw beginnen
maar als mijn schone lei
het lijkt te winnen
Dan mikt de regen tranen op de ruit
de mist brengt de herinnering
weer boven
De koude kan de wonden
niet verdoven
Het donker wist het oude beeld niet uit

Een van mijn klassieke favoriete auteurs is Simon Vestdijk, en een van mijn lievelingsgedichten van hem handelt over de dood: De uiterste seconde’ (alleen dat gegeven is al zo fascinerend, ooit zal die er zijn, voor elk van ons, de aller- aller- allerlaatste seonde van ons leven.

Doodgaan is de kunst om levende beelden
Met evenveel gelatenheid te dulden
Als toen zij nog hun rol in ’t leven speelden,
Ons soms verveelden, en nochtans vervulden.

Hier stond ons huis; hier liep zij met de honden;
Hier maakte zij de bruine halsband los;
Hier hebben wij de stinkzwammen gevonden,
Op een beschutte plek in ’t sparrenbosch.

Doodgaan is niet de aangrijpende gedachte,
Dat zij voortaan alleen die paden gaat, –
Want niemand is alleen die af kan wachten,
En niemand treurt die wandelt langs de straat, –

Maar dat dit alles wàs: een werk’lijkheid,
Die duren zal tot de uiterste seconde;
Dit is de ware wedloop met de tijd:
De halsband los, en zij met de twee honden.

 

 en.

Engels is mijn liefste literatuurtaal, en in de rijke Engelse literatuur is de dood een geliefd onderwerp. Luister 100x naar The Ship of Death zoals Tom O’Bedlam het voordraagt en je gaat het vanzelf begrijpen.

“The Ship of Death” by D.H. Lawrence (read by Tom O’Bedlam)

Hahahaha? Integendeel: HhhH

Wat moet ik nou vinden van een boek met zo’n titel. En dan gaat het ook nog over WOII, niet een van mijn favoriete topics. Meermalen schoof ik het terzijde maar de jubelrecesies in de kranten zag ik toch. En de aanbeveling van Jeroen Brouwers op de achterflap: ‘HhhH, daar ben ik nog van ondersteboven. Een schitterende roman‘ tenslotte, kon ik niet weerstaan:

HhhH (Himmlers hersens heten Heydrich) van Laurent Binet. En intrigerend, schitterend, briljant: geen superlatief lijkt me nu nog te hoog gegrepen voor deze geweldige roman van Laurent Binet (Fr). Het is zo’n zeldzaam boek waar je als je het uit hebt opnieuw in begint, en met het verdere verloop nog vers in je geheugen krijgt dat begin dan nog meer betekenis.

Zo wordt de lezer de geschiedenis in getrokken:

pg 7 Gabcik is zijn naam en hij is een personage dat echt heeft bestaan. Heeft hij in zijn eentje achter de gesloten blinden van een in duisternis gehulde flat op het smalle ijzeren bed liggen luisteren, en buiten het zo herkenbare knarsen van de Praagse trams gehoord? Ik wil het geloven. Omdat ik Praag goed ken, kan ik bedenken welk nummer de tram heeft (maar dat is misschien veranderd), welke route hij rijdt en waar Gabcik achter de gesloten blinden ligt te wachten, te denken en te luisteren. We zijn in Praag (…). Tram 18 of 22 staat stil bij de Botanische Tuin. En het is 1942.

Kubis (l) en_Gabcik
De twee parachutisten

Het personage (nee, eigenlijk de persoon..) Gabcik en ook zijn vrienden komen de lezer springlevend voor.  En niet alleen hen, ook de persoon waar het allemaal om begonnen is, Reinhardt Heydrich, de beul van Praag, de man met het Ijzeren hart, het gezicht van het kwaad,  de slager van Praag, enz. leren we kennen als een werkelijk mens, alleen al door deze scene in het begin van het boek:

pg 23 Maria probeert misschien al een uur onbeholpen piano te spelen als ze haar ouders hoort thuiskomen. Bruno, haar vader, opent de deur voor zijn vrouw Elisabeth, die een baby in haar armen heeft. Ze roepen haar erbij. ‘Kom eens kijken Maria! Kijk, dit is je broertje. Hij is nog heel klein en je moet heel voorzichtig met hem zijn. Hij heet Reinhardt.’ Maria knikt maar wat. Bruno buigt zich behoedzaam over de pasgeborene. ‘Wat een mooi kind!’ zegt hij. ‘Wat is hij blond!’ zegt Elisabeth. ‘Later wordt hij musicus.’

Een mooie jongen, een mens van vlees en bloed, blond is hij, en dol op muziek. Maar helaas wordt hij geen musicus… Was dat maar waar, dan had de geschiedenis wellicht een andere loop gehad. We zullen het nooit weten, want zo stelt Binet (pg 330) …geschiedenis gaat door, het noodloot staat nooit stil.

De opkomst van de nazi’s en dan met name de macht van  Heydrich, we denken al te weten hoe het is gegaan, en ik kan niet voldoende beoodelen of Binets boek werkelijk iets toevoegt aan alle bestaande documentatie. Zelf maakt hij ook gewag van andere boeken en films over dit onderwerp. Toch laat hij niets over aan een ander en zoekt hij zelf naar zijn eigen versie van het gebeuren. Dat hij de lezer deelgenoot maakt van die zoektocht maakt het voor mij, als niet ervaren geschiedenislezer, bijzonder interessant.

Heydrich was een van de wreedste nazi’s ten tijde van het Derde Rijk. De chef van Eichmann en de rechterhand van Himmler. O, hoe hoopt lezer dat de aanslag lukt en het recht zal zegevieren. Maar er is ook een andere kant: als het lukt, en Heydrich vindt de dood, wat zullen dan de represailles van de nazi’s zijn. En overleven de helden?

hhhh2

Ronduit intrigerend is de reconstructie van de aanslag, de aanloop ernaartoe en de nasleep ervan, in deze combinatie van feit en fictie. Zoals gezegd vind ik het fascinerend hoe Binet zijn vertwijfeling beschrijft.  Wat mag je erbij verzinnen als je een gebeurtenis die in het verleden werkelijk heeft plaatsgevonden moet beschrijven? Hoe kun je weten wat werkelijk is gezegd en hoe het precies is gegaan als zelfs de mensen die erbij waren het niet precies meer weten? Die zoektocht vormt een grond voor de feitelijkheden in deze roman. De wreedheden, de willekeur (wat is toeval geweest?), het verraad en het menselijk falen. Het speelt allemaal een rol bij dit verhaal dat zo naar een climax toewerkt.

Naast de confrontatie met het proces (wat krijgen we te lezen en wat niet, welke keuzes maakt de schrijver, wat vindt hij relevant en wat heeft hij weggelaten) lees je een spannende roman.  Hoe het afloopt weet een ieder die de geschiedenis kent, maar dat maakt het boek niet  minder spannend. Naast de Tsjechen in de hoofdrol, en de Duitsers, leren we ook de ik-persoon – de verteller –  goed kennen. Hij worstelt en tobt. Hij heeft zich in de geschiedenis ingeleefd en loopt in feite mee met de parachutisten. Ze hebben werkelijk bestaan en voor hem bestaan ze nog steeds werkelijk.

pg 7 …. want wat is er eigenlijk banaler dan een verzonnen personage? Gabcik heeft dus echt bestaan, en Gabcik was wel degellijk de naam waar hij naar luisteren (..). Zijn geschiedenis is even waar als uitzonderlijk (…)  Al langer wilde ik hem hulde brengen.

Pg 324 Ik ben Gabcik, eindelijk. Hoe zeggen ze dat ook alweer? Ik val samen met mijn personage. Ik zie mezelf (..) door Praag lopen, de mensen lachen, spreken Tsjechisch en bieden me een sigaret aan.

Pg 330 Kubis is dood. Het is jammer dat ik het op heb moeten schrijven. Ik had hem graag beter leren kennen. Ik had hem willen kunnen redden. (….) Wat ik ook doe, wat ik ook zeg, ik wek de moedige Jan Kubic er niet mee tot leven. De heldhaftige Jan Kubis, de man die Heydrich heeft gedood

De geschiedenis is niet te veranderen, ze heeft haar loop gehad. Heydrich was het brein achter de zgn ‘Endlosung’. Miljoenen mensen, Joden en Roma, vonden de dood in dat afschuwelijke programma, dat de codenaam Aktion Reinhard droeg.  Zelfs het dapperste verzet heeft dat uiteindelijk niet kunnen voorkomen. Maar auteurs als Binnet houden de herinnering levend voor toekomstige generaties lezers.

verni

Meer weten?  Hier wat absolute feiten