praag-praag-karlsbrug-12092015041824-964x343

Hahahaha? Integendeel: HhhH

Wat moet ik nou vinden van een boek met zo’n titel. En dan gaat het ook nog over WOII, niet een van mijn favoriete topics. Meermalen schoof ik het terzijde maar de jubelrecesies in de kranten zag ik toch. En de aanbeveling van Jeroen Brouwers op de achterflap: ‘HhhH, daar ben ik nog van ondersteboven. Een schitterende roman‘ tenslotte, kon ik niet weerstaan:

HhhH (Himmlers hersens heten Heydrich) van Laurent Binet. En intrigerend, schitterend, briljant: geen superlatief lijkt me nu nog te hoog gegrepen voor deze geweldige roman van Laurent Binet (Fr). Het is zo’n zeldzaam boek waar je als je het uit hebt opnieuw in begint, en met het verdere verloop nog vers in je geheugen krijgt dat begin dan nog meer betekenis.

Zo wordt de lezer de geschiedenis in getrokken:

pg 7 Gabcik is zijn naam en hij is een personage dat echt heeft bestaan. Heeft hij in zijn eentje achter de gesloten blinden van een in duisternis gehulde flat op het smalle ijzeren bed liggen luisteren, en buiten het zo herkenbare knarsen van de Praagse trams gehoord? Ik wil het geloven. Omdat ik Praag goed ken, kan ik bedenken welk nummer de tram heeft (maar dat is misschien veranderd), welke route hij rijdt en waar Gabcik achter de gesloten blinden ligt te wachten, te denken en te luisteren. We zijn in Praag (…). Tram 18 of 22 staat stil bij de Botanische Tuin. En het is 1942.

Kubis (l) en_Gabcik
De twee parachutisten

Het personage (nee, eigenlijk de persoon..) Gabcik en ook zijn vrienden komen de lezer springlevend voor.  En niet alleen hen, ook de persoon waar het allemaal om begonnen is, Reinhardt Heydrich, de beul van Praag, de man met het Ijzeren hart, het gezicht van het kwaad,  de slager van Praag, enz. leren we kennen als een werkelijk mens, alleen al door deze scene in het begin van het boek:

pg 23 Maria probeert misschien al een uur onbeholpen piano te spelen als ze haar ouders hoort thuiskomen. Bruno, haar vader, opent de deur voor zijn vrouw Elisabeth, die een baby in haar armen heeft. Ze roepen haar erbij. ‘Kom eens kijken Maria! Kijk, dit is je broertje. Hij is nog heel klein en je moet heel voorzichtig met hem zijn. Hij heet Reinhardt.’ Maria knikt maar wat. Bruno buigt zich behoedzaam over de pasgeborene. ‘Wat een mooi kind!’ zegt hij. ‘Wat is hij blond!’ zegt Elisabeth. ‘Later wordt hij musicus.’

Een mooie jongen, een mens van vlees en bloed, blond is hij, en dol op muziek. Maar helaas wordt hij geen musicus… Was dat maar waar, dan had de geschiedenis wellicht een andere loop gehad. We zullen het nooit weten, want zo stelt Binet (pg 330) …geschiedenis gaat door, het noodloot staat nooit stil.

De opkomst van de nazi’s en dan met name de macht van  Heydrich, we denken al te weten hoe het is gegaan, en ik kan niet voldoende beoodelen of Binets boek werkelijk iets toevoegt aan alle bestaande documentatie. Zelf maakt hij ook gewag van andere boeken en films over dit onderwerp. Toch laat hij niets over aan een ander en zoekt hij zelf naar zijn eigen versie van het gebeuren. Dat hij de lezer deelgenoot maakt van die zoektocht maakt het voor mij, als niet ervaren geschiedenislezer, bijzonder interessant.

Heydrich was een van de wreedste nazi’s ten tijde van het Derde Rijk. De chef van Eichmann en de rechterhand van Himmler. O, hoe hoopt lezer dat de aanslag lukt en het recht zal zegevieren. Maar er is ook een andere kant: als het lukt, en Heydrich vindt de dood, wat zullen dan de represailles van de nazi’s zijn. En overleven de helden?

hhhh2

Ronduit intrigerend is de reconstructie van de aanslag, de aanloop ernaartoe en de nasleep ervan, in deze combinatie van feit en fictie. Zoals gezegd vind ik het fascinerend hoe Binet zijn vertwijfeling beschrijft.  Wat mag je erbij verzinnen als je een gebeurtenis die in het verleden werkelijk heeft plaatsgevonden moet beschrijven? Hoe kun je weten wat werkelijk is gezegd en hoe het precies is gegaan als zelfs de mensen die erbij waren het niet precies meer weten? Die zoektocht vormt een grond voor de feitelijkheden in deze roman. De wreedheden, de willekeur (wat is toeval geweest?), het verraad en het menselijk falen. Het speelt allemaal een rol bij dit verhaal dat zo naar een climax toewerkt.

Naast de confrontatie met het proces (wat krijgen we te lezen en wat niet, welke keuzes maakt de schrijver, wat vindt hij relevant en wat heeft hij weggelaten) lees je een spannende roman.  Hoe het afloopt weet een ieder die de geschiedenis kent, maar dat maakt het boek niet  minder spannend. Naast de Tsjechen in de hoofdrol, en de Duitsers, leren we ook de ik-persoon – de verteller –  goed kennen. Hij worstelt en tobt. Hij heeft zich in de geschiedenis ingeleefd en loopt in feite mee met de parachutisten. Ze hebben werkelijk bestaan en voor hem bestaan ze nog steeds werkelijk.

pg 7 …. want wat is er eigenlijk banaler dan een verzonnen personage? Gabcik heeft dus echt bestaan, en Gabcik was wel degellijk de naam waar hij naar luisteren (..). Zijn geschiedenis is even waar als uitzonderlijk (…)  Al langer wilde ik hem hulde brengen.

Pg 324 Ik ben Gabcik, eindelijk. Hoe zeggen ze dat ook alweer? Ik val samen met mijn personage. Ik zie mezelf (..) door Praag lopen, de mensen lachen, spreken Tsjechisch en bieden me een sigaret aan.

Pg 330 Kubis is dood. Het is jammer dat ik het op heb moeten schrijven. Ik had hem graag beter leren kennen. Ik had hem willen kunnen redden. (….) Wat ik ook doe, wat ik ook zeg, ik wek de moedige Jan Kubic er niet mee tot leven. De heldhaftige Jan Kubis, de man die Heydrich heeft gedood

De geschiedenis is niet te veranderen, ze heeft haar loop gehad. Heydrich was het brein achter de zgn ‘Endlosung’. Miljoenen mensen, Joden en Roma, vonden de dood in dat afschuwelijke programma, dat de codenaam Aktion Reinhard droeg.  Zelfs het dapperste verzet heeft dat uiteindelijk niet kunnen voorkomen. Maar auteurs als Binnet houden de herinnering levend voor toekomstige generaties lezers.

verni

Meer weten?  Hier wat absolute feiten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *