istanbul2

Orhan Pamuk

Turks auteur van wereldformaat

 

Orhan Pamuk (1952) geniet  internationaal aanzien als een van de grootste Turkse  auteurs van de vorige eeuw.  Pamuks werk behoort tot de wereldliteratuur. Zijn boeken zijn in vele talen vertaald en hij ontving diverse literaire prijzen, waaronder de Nobelprijs voor literatuur in 2006. Zijn belangrijkste thema’s zijn conflicten en tegenstellingen tussen Oost en West, Islam en Christendom, traditie en moderniteit.  Deze thema’s worden behandeld in een stijl die zowel de oosterse verteltraditie als stijlelementen van de westerse moderniteit in zich draagt. Veelal speelt het verhaal zich af in Istanbul, door mij geliefde stad die ik meermalen, geïnspireerd door Pamuk en op zoek naar de wereld die in zijn boeken wordt weergegeven, heb bezocht. In Turkije is Pamuk een omstreden schrijver, vanwege zijn wereldwijde succes en zijn populariteit in het Westen, maar ook vanwege zijn duidelijke politieke stellingname.

Naar aanleiding van het verschijnen van zijn roman ‘Het nieuwe leven’ in 1994 zei Pamuk: ‘Ik stuur mijn figuren het doolhof van de wereld in, en laat ze er, hoop ik, als andere mensen weer uitkomen.’ En eigenlijk kan hetzelfde gezegd worden van zijn lezers…

In zijn beschouwing van Oost en West is Pamuk sterk beïnvloed door Dostojevski. In de niet-westerse wereld is er altijd bezorgdheid om teveel door het Westen beïnvloed te worden in het moderniseringsproces (bv zoals Japan).  In het Ottomaanse rijk bepaalde de heersende elite en niet de beschaving of de gemeenschap of er verandering zou komen. Het is dus ook een klassenstrijd. De heersende elite is over het algemeen geen voorstander van het hanteren van de symbolen uit het westen. Dilemma van veel Turkse schrijvers naar de moderne tijd was uit zoeken hoe je Turkse nationaliteit zich verhoudt tot wat het westen te bieden heeft.

Melancholie, weemoed. Wat Hüzün precies betekent probeert de schrijver via zijn boeken duidelijk te maken. Het kan vertaald worden als ‘Turkse melancholie’ en dan niet zozeer in traditionele westerse betekenis van  melancholie dat tamelijk individueel is; Pamuk bedoelt met Hüzün meer iets van de gemeenschap.

Het teloorgaan van het Ottomaanse rijk bijvoorbeeld, gevisualiseerd in het verval van de Ottomaanse architectuur en het feit dat men in de jaren 50 en 60 aan de rand van Europa en het rijke westen stond, maar wel 10 keer zo arm was als de mensen in het westen. Turkije kon de economie en moderniteit die Europa en de westerse beschaving hebben nooit bereiken. Dat geeft een gevoel van falen. Dat gevoel bedoelt hij te beschrijven in zijn boeken, in Istanbul, met Hüzün. Armoede en het gevoel van verlies van het land zoals het was, spijt om de vergane glorie. Deze melancholie associeert hij met 4 Turkse schrijvers, geen sociaal realistische schrijvers en ook geen reactionaire schrijvers maar schrijvers die met 1 been in het Ottomaanse verleden staan, maar die beseffen dat het vermengen met het westen onvermijdelijk en aantrekkelijk is.  Van die schrijvers leerde Pamuk dat de tegenstelling tussen Islam traditie en Europese moderniteit niet perse in tegenspraak met elkaar hoeft te zijn. Je kunt beide in je hoofd en hart koesteren. En de verschillen, de elektriciteit tussen deze 2 bronnen is inspirerend en onderscheidt je van de anderen.

Volgens Pamuk werden Turkse schrijvers zoals Tanpinar en Yahya Kemal zo door deze westerse literatuur beïnvloed dat ze er alles aan deden om een eigen visie op de stad te creëren. Resat Ekrem Koçu deed dat beter, dat is de schrijver van de Istanbul encyclopedie  die vol zat met persoonlijke verhalen.

Bibliografie (niet volledig )

  • 1982       Meneer Cevdet en zonen
  • 1983       Het huis van de stilte
  • 1985       De witte vesting
  • 1990       Het zwarte boek
  • 1995       Het nieuwe leven
  • 1998       Ik heet Karmozijn
  • 1999       De andere kleuren (essays)
  • 2002       Sneeuw
  • 2005       Istanbul: herinneringen en de stad
  • 2009      Het museum van de onschuld
  • 2012      Dat vreemde in mijn hoofd
  • 2017      De vrouw met het rode haar

Zijn eerste roman uit 1982, Meneer Cevdet en zonen, is nooit in een wijdgesproken taal vertaald. Pamuk was niet tevreden over het boek, hij vond het te traditioneel, teveel een familiekroniek. Hij had er zijn eigen stem nog niet in gevonden. Het was wel modern en westers, maar misschien wel té westers. Pamuks ‘werkelijke’ oeuvre begint eigenlijk pas met de komst van Het huis van de stilte in 1983 en vooral de roman De witte vesting,  dat in 1985 verscheen, zorgde voor een meer internationale doorbraak.  Veel van zijn boeken zijn in het Nederlands vertaald.

Volgens Pamuk is een schrijver iemand die zich in de maatschappij niet verbaal roert, maar zich op een bepaald moment terugtrekt, gaat zitten, schrijft en onderzoekt. Misschien eerst alleen in zichzelf, maar uiteindelijk komt er iets uit dat ook anderen aanspreekt die het ook zo gaan begrijpen. Hij is ervan overtuigd dat we uiteindelijk allemaal hetzelfde brein hebben en hetzelfde kunnen bevatten.

De thematiek:

In het Pamukaanse universum woeden de volgende strijden:

  •  Die tussen oud en nieuw
  • Die tussen oost en west
  • Die tussen Azie en Europa
  • Die tussen fundamentalisme en tolerantie
  • Die tussen provincialisme en globalisatie
  • Die tussen het bekende en het vreemde

In de jaren 50 en 60 was Turkije een provinciaal land, al was het geografisch gezien Europees (Istanbul). De mensen voelden zich buiten de geschiedenis geplaatst: Geschiedenis werd gemaakt in Londen en Parijs en New York. Degenen die daarbuiten stonden hadden het gevoel dat zij alleen maar het centrum van de wereld aan het imiteren waren, daar waar het allemaal ECHT plaatsvindt. Zij zijn alleen maar imitators van het centrum.

Deze gevoelens zijn zeer gebruikelijk in de niet-westerse wereld.  Men voelt tegenstand en woede en houdt zich vast aan respect voor oude tradities om de verschillen te onderstrepen en zich te onderscheiden, maar van binnen weet men best dat het niet echt is wat men voelt.

De aantrekkingskracht van moderniteit vanuit de westerse beschaving heeft twee kanten. Dit punt komt naar voren in alle boeken van Orhan Pamuk. Turkije staat dus tegenover de westerse wereld EN er woedt een strijd binnenin Turkije zelf. De overtuiging van Pamuk is dat het leven niet iets is dat je is gegeven door het lot, maar je maakt keuzes in je leven, zelf, als individu. Het is niet de gemeenschap die je moet volgen, maar je eigen hart.

Pamuk2

De romankunst is gebaseerd op (het onderzoek naar) keuzes van het individu en de dramatisering van die keuzes. Als je een roman leest en je bent traditioneel gevormd, dan leer je het genoegen kennen van het leven buiten die gemeenschap. Dat is althans wat Pamuk zelf leerde en waaraan hij refereert als hij zegt dat:

De bron van mijn vreugde ligt niet in de gebeurtenissen zelf maar in het spirituele en emotionele respons die ze te weeg hebben gebracht.

Het leven heeft geen betekenis, alleen vorm. Alle grote romans openen je de ogen voor zaken die je eigenlijk al wist, maar niet kon accepteren, simpelweg omdat er nog geen grote roman was die je de ogen tot dat inzicht had kunnen openen.

Istanbul

De meeste werken van Pamuk spelen zich af in Istanbul. Onder zijn oeuvre zijn historische  romans, zoals ‘de Witte Vesting’  verhalend in de 17e eeuw, wanneer het Ottomaanse rijk op het hoogtepunt van haar macht verkeert, maar ook romans die spelen in het modernere Istanbul, zoals bijvoorbeeld ‘Het museum van de Onschuld’ dat speelt in de jaren 50 van de vorige eeuw.

In zijn autobiografische werk ‘Istanbul: herinneringen en de stad’(1983) kijkt Pamuk terug op zijn jeugd en daardoorheen naar de lange geschiedenis van Istanbul, vanaf de Osmaanse tijd tot aan het bijna-Europese heden. Istanbul heeft hem gemaakt wie hij is. Hij is gehecht aan de stad en zegt beter te kunnen schrijven als hij er niet uit vertrekt.  Istanbul is het verhaal van Pamuks jonge jaren en de geschiedenis van de stad. In de bloeiende tijd van het Ottomaanse rijk leek Istanbul het centrum van de wereld. Maar nadat het Rijk was ingestort vergat de wereld bijna dat Istanbul bestond. Istanbul was arm, shabby en meer geïsoleerd dan ooit tevoren. Het boek is opgedragen aan zijn vader: Gunduz Pamuk (1925-2002) en de opdracht die voorin staat is van Ahmet Rasim (een invloedrijk Turks dichter) en luidt: ‘De schoonheid van het landschap ligt besloten in zijn weemoed’

Het Ottomaanse rijk heerste van 1299 tot 1992, van de 14e tot de 20e eeuw, dat zijn 6 eeuwen. Het centrum van de heersende macht was Constantinopel, het huidige Istanbul.

Het Ottomaanse rijk was een reusachtig rijk heersend over drie continenten: Noord Afrika, Europa en Azië. Het werd oorspronkelijk gesticht door Osman I als Osman Beyligi. Later is het uit gegroeid tot een wereldmacht. Het Ottomaanse rijk was een Kalifaat:  een Islamitische Rijk. Het had een Islamitische staat maar ook niet-moslims leefden in vrede onder de leiding van de Moslims. Het rijk is genoemd naar Osman I (1208-1324) en eindigt met de oprichting van de moderne Turkse republiek in 1923. In 1923 werd Mustafa Kemal Atatürk president van de Nieuwe Turkse Republiek. Hij maakte van Ankara de hoofdstad van het land. Dit betekende een symbolische breuk met het Ottomaanse verleden.

De tweede Ottomaanse sultan – de zoon van Osman –  heette Orhan. Orhan Pamuk is naar hem vernoemd op initiatief van zijn moeder. De Ottomaanse sultan Orhan was een niet erg bijzonder of een groots persoon, hij was een bescheiden leider. Centraal in het boek van Pamuk over Istanbul staat het grote verval van de stad. Het verdwijnen van de monumenten van een groots imperium dat ten prooi valt aan een betonwoede, aan branden en aan verval. De prachtige houten paleizen en villa’s die ooit aan pasja’s behoorden, verdwijnen en het lijkt alsof ze nooit hebben bestaan.

pamuk

Tussen de ruïnes van statige eeuwenoude muren en torens, rondom oude kerkhoven en verlaten villa’s en fabriekjes, ontstaan armoedige buitenwijken die door de vervallen houten huizen en afgesloten publieke waterkranen een nieuw beeld oproepen, vooral ontdekt door Orhan Pamuk en de romantische schrijvers.

Centraal in de stad Istanbul loopt de rivier de  Bosporus, die door Pamuk veel genoemd wordt.  Pamuk beschrijft niet de harems, de slavenmarkten, en andere Orientaalse trekpleisters die samen met het Ottomaanse Rijk ten onder zijn gegaan.  Pamuk beschrijft veeleer hoe het is om in een stad te leven die langzaam in een ruïne verandert. Hij spreekt over de armoede, de moderne gebouwen, de onverschilligheid over het verlies van de rijke beschaving. De stad, die balanceert op het randje tussen Oost en West. Met aan de ene kant van de Bosborus Europa en aan de andere kant Azië.

Pamuks overtuiging is dat alle mensen op elkaar lijken en een zijn. De vragen die hem het meest intrigeren vinden ook weer hun wortels in zijn afkomst en zijn geboortestad: waarom zijn we er, waarom zijn we geboren waar we geboren zijn, en in de tijd dat we geboren zijn. Samengevat in de centrale vraag: Wat is geluk, wat maakt ons gelukkig: waarom bestaan wij?

De heersende moraal, de menselijke neiging om persoonlijke identiteit te behouden en tegelijkertijd de traditie te omarmen en de aantrekkingskracht van moderniteit op de mens. De waarden van de moderne wereld: vrijheid van meningsuiting, mensenrechten, vrouwenrechten. Het moderne en het traditionele is voortdurend met elkaar in tegenspraak en de moderne mens moet er een weg in vinden. Dit dilemma wordt uitgewerkt aan de hand van de personages die hij schept: zij lopen er tegenaan en daarmee kan Pamuk dit gegeven illustreren aan de lezer en de lezer er bewust van maken. Pamuk noemt zichzelf een westerse schrijver die in het grensgebied tussen het nieuwe Westen en het oude Oosten woont. Je hoeft je verleden niet te ontkennen om deel uit te maken van de toekomst, is de strekking van Pamuk’s milde rebellie.

Pamuk werpt in zijn veelal historische romans licht op de spanningen tussen oost en west. Voorts gaan zijn verhalen ook over de indruk of gevoelens van identiteitsverlies in de cultuur van de zowel oriëntaalse als westerse Turkse metropool Istanbul.

Enige romans van Pamuk nader beschouwd

Het huis van de stilte (1983)

Het verhaal speelt in 1980 tegen de achtergrond van het politieke geweld in Turkije. Drie kleinkinderen vieren hun vakantie in het oude huis van hun grootmoeder in een rustige Turkse badplaats. Grootmoeder – Fatma, een akelig en koud personage, brengt de hete dagen door in haar geblindeerde kamer, alleen met haar herinneringen aan haar man. Hij was arts en werd in de nadagen van het Turkse rijk om zijn seculiere denkbeelden (God bestaat niet) naar de badplaats verbannen. Via haar herinneringen komt langzamerhand een afschuwelijk geheim uit het verleden boven. Dat geheim deelte ze met haar bediende, de dwerg Recep. Fatma wordt verteerd door angst dat hij het geheim prijs zal geven. Recep heeft zelf reden genoeg om te zwijgen. Het geheim van de twee heeft alles te maken met de noodlottige gebeurtenis die zal plaatsvinden tijdens de vakantie van de kinderen.

stilte

Het perspectief van de verteller wisselt: steeds is een van de hoofdpersonages aan het woord waardoor de verschillende gezichtspunten worden benadrukt.  Het huis van de stilte is een beklemmende roman die knap weergeeft hoe de waarden en normen van de oude cultuur niet zomaar kunnen worden losgelaten door de jongere generatie, ook niet als dat studenten zijn. De staat is qua organisatie niet zomaar omgezet in een moderne staat en de kinderen bevinden zich op het verwarrende snijvlak van de oude en de nieuwe waarden.

Het huis van de stilte is een realistische familieroman over de Turkse worsteling met de eigen identiteit op het breukvlak tussen Oost en West. De grootvader wilde aantonen dat God niet bestaat, maar hield er geen rekening mee dat de bevolking houvast heeft aan de religie, en zonder dat geen bodem meer heeft. De vervanging van het geloof zou de wetenschap moeten zijn,  maar daar was nog niemand klaar voor. Een gemeenschap kun je niet zomaar omturnen, je moet kleine stapjes maken en elke verandering wordt in gang gezet door de vorige verandering. De kleinkinderen, de nieuwe generatie, staan daar model voor. Hun geworstel is symbool voor het geworstel van de samenleving van de oude naar de nieuwe waarden.

Ik heet Karmozijn (1998)

Dit verhaal speelt zich af in Istanbul van 1591, het beslaat 12 dagen. Het verhaal wordt vanuit vele perspectieven verteld en toch raakt de lezer nergens de draad kwijt. Het verhaal begint met de dood van de Priegelaar, dat is een van de 4  tekenaars die aan een geheime illustratie opdracht voor de Sultan werken. De Priegelaar is vermoord. De man van Sjekure, met wie ze twee zoontjes heeft, is vermist in de oorlog met Perzie. De vader van Seküre heeft een geheime opdracht gekregen van de Osmaanse sultan. Meesterschilders werken samen aan een boek voor hem, onder supervisie van Sjekures vader. Ze maken hiervoor tekeningen in een westerse stijl. Eén voor één ontbiedt hij hofminiatuurschilders bij zich. Het is een uiterst controversiële opdracht, die indruist tegen de heersende opvattingen. Wanneer een van de schilders vermoord wordt, vraagt Seküres vader zijn neef Kara om hulp. Seküre en Kara waren als kinderen erg op elkaar verliefd, en nu krijgt deze liefde een kans opnieuw op te bloeien.

karmozijn

De vraag waar de miniaturisten mee worstelen is vooral: in hoeverre mag je een eigen stijl ontwikkelen en in hoeverre mag je de Westerse stijl toelaten. Meester Osman ziet er streng erop toe dat de beroemde islamitische stijl  (zonder perspectief) blijft bestaan. Elk voorwerp, elk gezicht, moet uit het geheugen worden getekend, want het is niet juist ze te tekenen zoals ze voor je staan, ze moeten getekend worden zoals God ze bedoeld heeft. Deze wig, die uiteindelijk zal leiden tot de ondergang van de grote kunst van Islamitische miniaturen, is een van de hoofdthema’s van het verhaal, dat bol staat van de discussies over perspectief, een eigen stijl, een handtekening zetten en het blind kunnen vervaardigen van tekeningen. Uiteindelijk zal deze vraagstelling ook de sleutel tot de oplossing van de moord op de Priegelaar blijken.

Elk hoofdstuk heeft een titel die verwijst naar wiens perspectief de lezer te lezen krijgt. Dat is lang niet altijd een persoon, bv: Ik ben een dode, Ik heet Kara, Ik ben een hond, Mij zullen ze moordenaar noemen, Ik ben een muntstuk, Ik heet de Dood, ik ben Sjekure, enz. tot 59 hoofdstukken.    Geen enkele keer is het onlogisch of ongemakkelijk om vanuit een ander perspectief het verhaal te horen te krijgen.

‘Maar miniatuurschilderkunst is in feite een zoeken naar Gods herinneringen, een blik op de wereld zoals hij die ziet’ (pag 105).

Sneeuw (2002)

De roman Sneeuw (2003; oorspronkelijk Turkse titel: Kar, 2002) wordt algemeen beschouwd als een van Pamuks belangrijkste werken. In het kort de inhoud:

Kerim Alakusoglu (Ka) is een Turkse dichter die in  Frankfurt woont en naar Istanbul terugkeert voor de begrafenis van zijn moeder. Vandaar uit besluit hij door te reizen naar het plaatsje Kars in Noord oost Turkije. Daar worden gemeenteraadsverkiezingen gehouden en er zijn opvallend veel zelfmoordgevallen onder hoofddoekdragende meisjes. Ka wordt aldaar verliefd op  Ipek. Ka wordt met argwaan bekeken in het dorpje (is hij atheist?), dat door hevige sneeuwval van de buitenwereld is afgesloten. Dan neemt Sunay Zaim, een gefrustreerde theatermaker,met behulp van enkele militairen, de macht over. Ka’s grootste tegenstander, ook in het winnen van Ipeks hart, is Indigo, die vast houdt aan de oude waarden. Ka’s directe tegenstander is Indigo, een islamitische fundamentalist. Ka zet in zijn drie dagen in Kars alles op alles om Ipek mee naar het westen te krijgen.

kars

Deze roman van Pamuk staat bol van de symboliek. De dichter Ka gaat naar een onder sneeuw (Kar in het Turks) bedolven Kars: dit geeft de verbondenheid aan van de hoofdpersoon met de bestemming. Eigenlijk heet Ka Kerim, dat betekent kind, fantastisch, heilig – dat zijn dezelfde kwalificaties die worden opgehangen aan de kleur wit: Sneeuw (in het Turks Ak – dus weer omgedraaid zijn naam Ka). De grootste tegenstrijder heet Indigo: kleur die staat voor het ideaal, het geestelijke en dogmatisme: eigenschappen die passen bij de vermeende terrorist Indigo.

Tegenstellingen in het boek dus: de onschuldige Ka tegenover de islamitische fundamentalist met bloed aan zijn handen: Indigo. Ka raakt betrokken bij alle partijen in het conflict (hier is een parallel met Kafka’s ‘Het proces’ waarin Josef K. in twee werelden terecht komt) en laat zich gebruiken als loopjongen en tussenpersoon. Indigo houdt ondertussen vast aan zijn idealen. De sneeuw staat symbool voor de onmogelijkheie alles scherp te zien: alles wordt bedekt met een wollen deken, die isoleert.

Sneeuw wordt wel een politieke roman genoemd. De politiek in het boek is in deze tijd van angst voor de islam een belangrijk aspect van het boek. Maar het draait niet alleen om politiek. Een en ander speelt zich af tijdens voorstellingen in het theater en is absurdistisch. De werkelijke achtergronden van de gebeurtenissen zijn persoonlijk. De tweede betekenis van het woord Kar is: winst (in de economische betekenis). Politiek is theater en het leven draait om winst. 

Museum van de Onschuld (2008)

Deze roman van Orhan Pamuk die in 2009 verscheen is geen historische roman maar een prachtig liefdesverhaal. Het verhaal speelt in Istanbul, van 1975 tot eind 20e eeuw. De hoofdpersoon vertelt het verhaal van zijn grote liefde die zo’n 30 jaar beslaat, gesitueerd in Istanbul. Kemal bewaart de dingen die hij en zijn geliefde Fusun gezamenlijk delen (herinnering). Pamuk stelt dat musea en romans veel gemeenschappelijks hebben: beiden  hebben een archieffunctie, voor de taal in een tijd, maar ook voor de tijdsgeest: wat er in het dagelijks leven in de stad gebeurd, hoe we ons gedragen, merken, spullen enz.

Romans zijn kathedralen van kleine observaties uit het leven, die bewaren ze, samen met de taal uit die tijd. Aldus Pamuk over deze roman.

In het kort het verhaal: Kemal is verloofd met de stijve Sibel, beiden behoren ze tot upperclass families. Ze zijn modern en houden zich niet bezig met politiek, ze feesten en hun huwelijksreceptie zal plaatshebben in het dure Hilton. Als Kemal op zoek is naar een geschikt cadeau voor Sibel ontmoet hij Fusun. Zij is in de verte familie van hem, maar van de arme tak. Ze is pas 18 jaar en beeldschoon en in diskrediet geraakt omdat ze mee heeft gedaan aan een schoonheidswedstrijd.  Ze worden razend verliefd en beginnen een hartstochtelijke verhouding, nog voordat Kemal getrouwd is. Wat hem betreft gaat de romance na zijn huwelijk gewoon door, maar dat blijkt niet het geval. Fusun verdwijnt en Kemal beseft dat hij zich niet door andere zaken dan zijn hart had moeten laten leiden. Zonder Fusun kan hij niet gelukkig zijn. Vanaf dat moment begint zijn obsessieve zoektocht naar zijn werkelijke geliefde. Het huwelijk met Sibel loopt spaak en uiteindelijk vindt Kemal  Fusun, maar ze is getrouwd, om haar eer te redden. Met haar man woont ze in bij haar ouders en ze werken in de filmindustrie. Kemal werpt zich op als weldoener, vriend van de familie, enz. alles om maar bij haar in de buurt te kunnen zijn. Hij zal Fusun niet kunnen krijgen en wordt gegijzeld door deze ongelukkige liefde, tot dat hij het voor zichzelf leefbaar maakt door te genieten van de geluksmomenten en die zoveel mogelijk te koesteren.  Hij leeft in de allerindividueelste beleving van tijd: van moment naar moment. Als Füsun niet nabij is om hem die momenten te bezorgen, dan ontleent hij ze aan zijn immer uitdijende verzameling voorwerpen die hij aan haar verbindt. Al die dingen, van haar sigarettenpeukjes tot een oorbel of een beeldje van een hond, voorwerpen die hij ‘meeneemt’ – steelt -, brengt hij onder in het appartement waar het allemaal begon: ‘Het museum van de onschuld’.

De roman poogt te beschrijven wat er met ons gebeurt als we verliefd worden. Wat betekent liefdesverdriet, lijden, wachten, hopen, Pamuk ontdekt en analyseert, zonder het ergens te versuikeren..  In het boek staat de aandacht van de man voor zijn geliefde voor de  aandacht van de auteur voor alle details.

In de poging het hart van de geliefde te winnen of terug te krijgen is de verliefde een observator: hij identificeert zich met haar en tegelijkertijd is er wanhoop en woede, omdat het object van de liefde die niet beantwoordt of dat je niet weet of hij beantwoord wordt. Om daarachter te komen zijn alle details belangrijk, elk gebaar, elke stilte die valt, elke reaktie van de ander. De auteur houdt zich ook bezig met details.

Kemal is veel bezig met het object van zijn liefde en verzamelt dingen die hem aan haar doen denken. een blikken lepeltje, een zoutvaatje, het door haar afgeknabbelde hoorntje van een ijsje, 4213 (op verschillende manieren uitgemaakte) sigarettenpeuken van Füsun, een gebroken porseleinen hart, et cetera. Vaak zijn die dingen aanleiding voor geestige observaties of interessante cultuurhistorische beschouwingenLater vult hij daar een museum mee, en het liefdesverhaal wordt verteld aan de hand van de spullen uit het museum. De objecten verzachten de pijn van het gemis, ze zijn tastbare herinnering. Daar herinneren ze hem ook aan haar en versterken zo het gemis. Het museum van de onschuld is een liefdesverhaal maar idealiseert de liefde nergens.